Over de auteur
Beroepschrift - Hoe overtuig je de belastingrechter?
In het belastingrecht is het niet verplicht om te procederen met een advocaat. Dat betekent dat een belastingplichtige of zijn (belasting)adviseur ook zelf de beroepsprocedure kan voeren. Hierna worden voor de belastingplichtige of zijn adviseur praktische en basale handvatten gegeven voor het aantekenen van beroep bij de belastingkamer van de rechtbank. Er zal ook aandacht worden besteed aan veel voorkomende valkuilen.
Termijn
Van belang is dat binnen zes weken na de uitspraak op bezwaar het beroep moet worden ingesteld bij de rechtbank. Deze zes-weken termijn is een harde termijn. Als buiten deze termijn beroep wordt aangetekend, zal het beroep in beginsel niet-ontvankelijk worden verklaard. Over het algemeen is het betrekkelijk moeilijk om een te laat ingediend beroepschrift toch inhoudelijk behandeld te krijgen. Er moet dan namelijk sprake zijn van een zogenoemde ‘verschoonbare termijnoverschrijding’.
Indiening: digitaal of fysiek
Tegenwoordig kan het beroep digitaal worden ingediend (via DigiD, E-herkenning of de advocatenpas). Als dat niet mogelijk is of als daar niet de voorkeur naar uitgaat, kan het beroepschrift fysiek worden ingediend bij de rechtbank.
Bewijs
Zorg bij een fysieke indiening voor een bewijs van de tijdige indiening. Dat kan bijvoorbeeld door het beroepschrift door een koerier of deurwaarder te laten afgeven. Als een koerier wordt ingeschakeld, is het van belang om met de koerier(sonderneming) duidelijke afspraken te maken over het verstrekken van een afleverbewijs. Een deurwaarder zal dat bewijs automatisch aanleveren.
Discussies over tijdige indiening
De hiervoor genoemde indieningswijze (door een koerier of deurwaarder) klinkt misschien disproportioneel. De praktijk wijst echter uit dat het regelmatig verkeerd gaat met de indiening van beroepschriften. Wij hebben namelijk ook ervaring met het bijstaan van belastingadviseurs in zaken waarin per post ingediende stukken niet of te laat aankomen. Het is vervelend om discussies te voeren over de tijdigheid van de indiening van een beroepschrift. Die energie kan beter worden gebruikt voor de inhoud van het geschil. Better safe than sorry. Daarom is de tip om te zorgen voor een bewijs van de tijdige indiening.
Beroepschrift
De wet somt op wat er in een beroepschrift moet staan (artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht). Het beroepschrift moet bevatten:
- de naam en het adres van de belastingplichtige
- de datum van indiening van het beroepschrift
- een omschrijving van de uitspraak op bezwaar waartegen het beroep zich richt
- de beroepsgronden
Een kopie van de uitspraak op bezwaar wordt als bijlage bij het beroepschrift gevoegd.
Pro forma beroepschrift
Het opstellen van goede beroepsgronden vraagt zorgvuldigheid en kan tijd in beslag nemen. Het is ook mogelijk om het beroepschrift te splitsen. Er kan dan eerst binnen de termijn van zes weken een zogenoemd pro forma beroepschrift worden ingediend. Daarin zijn alle hiervoor omschreven punten opgenomen met uitzondering van de beroepsgronden. In het pro forma beroepschrift wordt aan de griffie van de rechtbank een termijn gevraagd om de beroepsgronden in te dienen.
Klik hier voor een voorbeeld van een pro forma beroepschrift.
Let op: Als het beroepschrift toch ergens vermeldt waarom de belastingplichtige het niet eens is met de uitspraak op bezwaar, zal de (de administratie van de) rechtbank het ingediende stuk naar alle waarschijnlijkheid aanmerken als een normaal en volledig beroepschrift. De inspecteur zal dan in de gelegenheid worden gesteld om een verweerschrift in te dienen. Er wordt dan dus geen mogelijkheid meer geboden voor het indienen van beroepsgronden. Overigens kan op ieder moment een aanvulling op de beroepsgronden aan de rechtbank worden gezonden, maar het heeft de voorkeur om alle argumenten van de belastingplichtige zoveel mogelijk op te nemen in de beroepsgronden en te vermijden dat standpunten versnipperd ter kennis van de rechtbank worden gebracht.
Belang beroepsgronden
Om uit te leggen wat het belang is van de beroepsgronden, wordt inzicht gegeven in het verloop van een standaard beroepsprocedure. Een fiscale beroepsprocedure bestaat doorgaans uit de volgende vier handelingen:
- beroepschrift en gronden van de belastingplichtige
- verweerschrift van de belastingdienst
- eventueel: 10-dagenstuk van de belastingplichtige en/of de belastingdienst
- zitting
Bij drie van deze handelingen heeft de belastingplichtige de gelegenheid zijn standpunt voor het voetlicht te brengen. In feite geldt dat van de drie handelingen het stuk waarin de beroepsgronden zijn opgenomen, hèt processtuk is waarin de belastingrechter overtuigd moet worden.
Het 10-dagenstuk wordt namelijk in een standaard procedure in beginsel gezien als een aanvulling op de beroepsgronden. Dat stuk kan uiterlijk op de elfde dag voorafgaand aan de zitting bij de rechtbank worden ingediend. Daarmee kunnen bijvoorbeeld nieuwe stukken aan de rechtbank worden gestuurd. Te denken valt aan stukken waarover de belastingplichtige ten tijde van het opstellen van de beroepsgronden nog niet de beschikking had. De zitting kan gebruikt worden om nog bepaalde aspecten te accentueren en vragen van de rechtbank te beantwoorden.
Kortom, in een standaard beroepsprocedure is het stuk waarin de beroepsgronden zijn vervat, voor de belastingplichtige het kernstuk.
Hoe krijgen beroepsgronden zoveel mogelijk overtuigingskracht?
Procederen is een vak apart. Iedere zaak is anders en vraagt om maatwerk. Er bestaat daarom geen universeel recept voor het maken van overtuigende beroepsgronden. Wel kunnen in algemene zin de volgende handvatten worden meegegeven.
Analyse: Het maken van overtuigende beroepsgronden begint met een heldere analyse van de fiscaal juridische problematiek. Dat kan bijvoorbeeld met zich brengen dat een inventarisatie wordt gemaakt van de norm/rechtsregel, de rechtspraak en/of de parlementaire geschiedenis. Er zal een selectie moeten worden gemaakt van de argumenten die kans op succes bieden. Bepaal waar de crux in het geschil zit. Gaat het bijvoorbeeld om een zuivere rechtsvraag of om de kwalificatie van de feiten? Indien dit laatste aan de orde is, kan het nodig zijn een nadere uitvraag/onderzoek naar de feiten te doen.
Bewijslast: De vraag moet worden beantwoord hoe het zit met de verdeling van de bewijslast. Het kan van belang zijn om bepaald bewijs te overleggen om het standpunt van de belastingplichtige kracht bij te zetten. Daarbij is kennis van de processuele spelregels (het formele belastingrecht) essentieel. Beoordeeld zal bijvoorbeeld moeten worden of door de inspecteur een beroep kan worden gedaan op de omkering en verzwaring van de bewijslast. Als de inspecteur in zijn uitspraak op bezwaar nog niets hierover heeft opgemerkt, kan dit alsnog in het verweerschrift aan de orde komen. De rechter kan mogelijk ook op eigen initiatief een visie hebben op de verdeling van de bewijslast, zodat het goed is hiermee bij het opstellen van de beroepsgronden al zoveel mogelijk rekening te houden.
Structuur: Na de analyse kan de tekst van de beroepsgronden worden opgesteld. Het verdient aanbeveling om te werken met een duidelijke structuur waarin in ieder geval de afzonderlijke beroepsgronden aan de orde komen. De belastingdienst werkt in het verweerschrift met een standaard structuur, waarin onder meer aan de orde komen: algemene gegevens, procesverloop, feiten, geschilpunten, omschrijving standpunten belastingplichtige en fiscus, beschouwing en conclusie. Dit kan dienen als inspiratie of algemene richtlijn, maar dit hoeft niet voor ieder geschil de ideale structuur te zijn. De structuur kan telkens anders zijn en dient bij voorkeur te worden afgestemd op de voorliggende discussie. Het belangrijkste is dat de tekst makkelijk leesbaar is en dat de argumenten voor de belastingrechter logisch te volgen zijn. De structuur helpt om dit doel te bereiken.
Bijlagen: Afgewogen moet worden welke bijlagen bij de beroepsgronden worden gevoegd. De belastingdienst is verplicht om bij het verweerschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken te voegen. Dat betekent dat stukken die in het dossier van de belastingdienst zitten, hoogstwaarschijnlijk door de belastingdienst in de procedure zullen worden ingebracht.
Er kan rekening worden gehouden met het volgende. Zoals hiervoor is opgemerkt, bieden de gronden van het beroep de gelegenheid om de belastingrechter mee te nemen in het standpunt van de belastingplichtige. Dat gaat makkelijker als de belastingplichtige op overzichtelijke wijze de bijlagen bijvoegt waarop hij zijn beroepsgronden baseert. Vermeden moet worden dat het voor de belastingrechter een zoekplaatje wordt.
Aan de andere kant dient er ook voor te worden gewaakt dat de belastingrechter onnodig wordt overspoeld met een grote hoeveelheid aan stukken. Als over bepaalde zaken geen verschil van mening bestaat, zal het bijvoorbeeld niet nodig zijn om ieder feit te onderbouwen met een of meer bijlagen. Er dient te worden gekozen voor een efficiënte benadering.
Als de keuze wordt gemaakt om bijlagen bij te voegen, is het goed een bijlagenoverzicht op te nemen (na de tekst van de beroepsgronden en voorafgaand aan de bijlagen).
Conclusie: neem een conclusie op in de beroepsgronden. Formuleer daarin concrete verzoeken voor de belastingrechter. Als de aanslag moet worden gematigd, vermeld in het verzoek dan tot welk bedrag de aanslag moet worden verminderd. Andere aandachtspunten zijn: het formuleren van een verzoek om een proceskostenvergoeding en/of een eventueel beroep op de overschrijding van de redelijke termijn.
Beroepsgronden: hoe het niet moet
We zijn betrokken bij veel fiscale procedures. In sommige zaken zijn we vanaf het prille begin - het boekenonderzoek - betrokken en in andere zaken stappen we later in. In het laatste geval kan het voorkomen dat er al beroepsgronden zijn opgesteld, bijvoorbeeld door de belastingplichtige of zijn adviseur/administrateur. De beroepsgronden zijn vormvrij en we zien ze dan ook in allerlei verschijningsvormen voorbij komen. In het kader van de lessons learned volgen hierna drie voorbeelden van hoe beroepsgronden beter niet kunnen worden ingestoken.
Voorbeeld I: een brij aan gedachten en argumenten. Het betreft een lange tekst van meerdere pagina's waarin gedachten en argumenten zijn opgesomd. Er zijn geen beroepsgronden benoemd. Het is aldus aan de belastingrechter om te bedenken welke beroepsgronden in de tekst moeten worden gelezen.
Voorbeeld II: een hoogwaardig en helder geschreven stuk. Het stuk bevat heldere juridische beschouwingen met relevante verwijzingen naar de rechtspraak en parlementaire geschiedenis. Wat echter ontbreekt zijn de feiten. Er wordt geen bewijs overgelegd en er worden zelfs nauwelijks feiten gesteld. Dat hoeft niet problematisch te zijn, als het geschil in de kern gaat om een zuivere rechtsvraag. Als dat niet aan de orde is, moet een vertaalslag worden gemaakt naar de situatie van de belastingplichtige, zodat wordt beargumenteerd waarom in het geval van de belastingplichtige de aanslag moet worden gematigd.
Voorbeeld III: een doordachte, maar moeilijk toegankelijke structuur, waardoor de argumentatie ondergesneeuwd raakt. In het stuk wordt een primair, subsidiair, meer subsidiair en nog meer subsidiair standpunt bepleit. Dit gaat zeven niveaus door (dus: primair, subsidiair, meer subsidiair, nog meer subsidiair, nog meer subsidiair, nog meer subsidiair en nog meer subsidiair). De beargumentering en de feiten worden terloops in een van de zeven niveaus genoemd, maar blijven onderbelicht. Bij het opstellen van de beroepsgronden is namelijk alle aandacht uitgegaan naar de ingewikkelde structuur en de aan ieder standpunt verbonden financiële uitwerking.
Help, mijn beroepsgronden zijn niet optimaal benut
In deze blog wordt beschreven hoe de beroepsprocedure zo overtuigend mogelijk kan worden ingericht in de situatie dat je nog aan het begin daarvan staat. We maken regelmatig mee dat de beroepsgronden niet optimaal zijn ingestoken. Dan is er nog geen man overboord. Hoewel de uitgangspositie misschien niet ideaal is, biedt de beroepsprocedure nog voldoende gelegenheid voor reparatie. En zelfs als het beroep (bijna) ten einde is, is er altijd nog de mogelijkheid van hoger beroep.
Ben je belastingadviseur, accountant of belastingplichtige en wil je van gedachten wisselen over een voorgenomen of lopende fiscale procedure? Neem dan gerust vrijblijvend contact op (+31631969502 of debbie.liem@heronlegal.com).
[Noot: Deze bijdrage werd geschreven door Debbie Liem. Zij is advocaat-belastingkundige en rechter-plaatsvervanger in de belastingkamer van Rechtbank Gelderland. Debbie heeft deze blog op persoonlijke titel geschreven. Debbie kan niet optreden als advocaat in het werkgebied van de belastingkamer van Rechtbank Gelderland.]

















