Belastingrente van 8% is te hoog

Belastingrente van 8% is te hoog

Op 16 januari 2026 heeft de Hoge Raad een voor de praktijk belangrijk arrest gewezen over de belastingrente (ECLI:NL:HR:2026:59). Kortgezegd, is er geen redelijke rechtvaardiging voor het hanteren van een hoger belastingrentepercentage in de vennootschapsbelasting. Deze rente moet gelijk worden gesteld aan het lagere rentepercentage van andere belastingen.  

Belastingrente

Met de belastingrente kan een belastingplichtige te maken krijgen, als de aanslag te laat wordt vastgesteld. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn, als de aangifte niet tijdig is gedaan. De belastingrenteteller loopt fors op, als bijvoorbeeld uit een onderzoek van de belastingdienst volgt dat er in het verleden bedragen ten onrechte niet in de heffing zijn betrokken. Stel de inspecteur ontdekt in 2024 dat er in 2020 sprake is geweest van een afkoop van het pensioen. De inspecteur zal dan in 2024 een belastingaanslag formaliserenover het jaar 2020. Er wordt dan bij het opleggen van de aanslag door de belastingdienst belastingrente in rekening gebracht over de belastingschuld uit 2020. 

Casus

In de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, ging het om een aanslag vennootschapsbelasting van ruim vier miljoen euro die in 2023 in een aanslag werd geformaliseerd. De belastingschuld zag op het belastingjaar 2021. Tegelijk met de aanslag werd een bedrag van ruim € 90.000 euro aan belastingrente in rekening gebracht.  

Wettelijke grondslag

In (artikel 30hb van) de Algemene wet inzake rijksbelastingen is geregeld dat het percentage van de belastingrente bij algemene maatregel van bestuur kan worden vastgesteld. Dit is gebeurd in het Besluit belasting- en invorderingsrente (Bbi). Uit artikel 1, aanhef enonderdeel b Bbi volgt dat de belastingrente voor de vennootschapsbelasting gelijk is aan de wettelijke rente voor handelstransacties (als bedoeld inartikel 6:119a BW) met een minimum van een bepaald percentage. In 2021 lag dat minimum percentage op 8. Voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting, gold in 2021 een percentage van 4 (op grond van artikel 1, aanhef en onderdeela Bbi).  

Rechtbank Noord-Nederland

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 artikel 1, onderdeel b Bbi onverbindend verklaard (ECLI:NL:RBNNE:2024:4361). De rechtbank kwam tot deze beslissing op grond van een toetsing aan het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank vond de nadelige gevolgen voor belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting onevenredig in verhouding tot de met artikel 1, aanhef en onderdeel b Bbi te dienen (onduidelijke) doelen. Hiertegen heeft de Staatssecretaris van Financiën sprongcassatie aangetekend.

 Hoge Raad

De praktijk keek reikhalzend uit naar het oordeel van de Hoge Raad in deze belastingrentezaak. Op 16 januari 2026 was het zover.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de staatssecretaris ongegrond verklaard. Daarmee bleef de beslissing van Rechtbank Noord-Nederland in stand. Volgens de Hoge Raad ontbreken rechtvaardigingsgronden om alleen belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting te confronteren met een hogere rente. De Hoge Raad concludeert daarom dat artikel 1, aanhef en onderdeel b Bbi zowel in strijd is met het evenredigheidsbeginsel als het gelijkheidsbeginsel. Het belastingrentepercentage voor de vennootschapsbelasting moet op dezelfde wijze worden bepaald als voor de overige belastingen (op grond van artikel 1, aanhef en onderdeel a Bbi). In de voorliggende situatie betekende dat dat de rente moest worden berekend op een percentage van 4 (in plaats van 8). Kortom voor vennootschappen (of althans entiteiten die aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen) geldt geen zwaardere belastingrente dan voor andere belastingplichtigen.

Er zijn in de praktijk ook vele procedures aanhangig waarin de hoogte ter discussie staat van de belastingrente die geldt voor de overige belastingen. Ten overvloede heeft de Hoge Raad die belastingrente getoetst aan verschillende beginselen en verdragsrechtelijke bepalingen. De Hoge Raad oordeelt dat die rente ‘overeind kan blijven’.   

Beroepsaansprakelijkheid belastingadviseur

In het kerstarrest heeft de Hoge Raad in 2021 een streep gezet door het wettelijke stelsel van box 3. In januari 2026 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de belastingrenteregeling voor de vennootschapsbelasting niet door de beugel kan. Het is vanuit het perspectief van de rechtsbescherming toe te juichen dat belastingrechters kritisch zijn op de fiscale wet- en regelgever en daarin verregaande beslissingen durven te nemen.

Voor de belastingadviespraktijk brengt deze tendens wel wat hoofdbrekens mee. In hoeverre kan bij de fiscale advisering nog worden vertrouwd op de staande fiscale wet- en regelgeving? Van een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur wordt - vanuit het beroepsaansprakelijkheidsperspectief - mogelijk verwacht dat hij bij eventueel omstreden regelingen zijn klant adviseert bezwaar te maken. In de belastingadviespraktijk ontstaat op deze wijze een complex speelveld.

[Deze bijdrage van Debbie Liem werd gepubliceerd in het Baliebulletin Oost-Brabant, aflevering maart 2026.]

Meer over dit onderwerp

Boekenonderzoek Belastingdienst

Wat te doen bij een boekenonderzoek van de Belastingdienst?

Beroepschrift - Hoe overtuig je de belastingrechter?

Tips voor procederen bij de belastingrechter

Belastingheffing & cryptovaluta

Informatie over fiscaliteit en crypto

ADVOCAAT: BELASTING EN CRYPTO

Betrokkenheid bij crypto in de fiscaliteit. Hoe kan de fiscus u benaderen en wat kunt u doen?

geschil Fiscus

Bewijsvermoeden bij een fiscale boete

Enkele jaren geleden heeft de Hoge Raad overwogen dat bij het opleggen van een fiscale boete een zware bewijslast geldt. Dit heeft de vraag doen rijzen of er bij een boete nog wel plaats is om bewijsvermoedens toe te passen. Op 18 juli 2025 heeft de Hoge Raad hier duidelijkheid over gegeven (ECLI:NL:HR:2025:1063).

Wetsvoorstel verschoningsrecht brengt juist geen duidelijkheid

In het belastingrecht heeft de advocaat in bepaalde situaties het recht om informatie die hem in de hoedanigheid van advocaat is toevertrouwd niet prijs te geven. Het recht om te weigeren informatie te verstrekken, is aan de orde als de fiscus de advocaat verzoekt om informatie te verstrekken in een onderzoek naar een derde

Vragenbrief Belastingdienst Vastgoed Dubai

Regelmatig verricht de Belastingdienst op projectmatige basis onderzoeken naar vermogen of inkomen dat niet in de aangifte is verantwoord. Op dit moment doet het team Verhuld Vermogen van de Belastingdienst onderzoek naar vastgoed in Dubai. Hoe herkent u een dergelijk onderzoek? De inspecteur meldt zich dan bij u met een brief waarin vragen zijn weergegeven over vastgoed in Dubai.

Voorbereiding verhoor FIOD

De FIOD wenst u (of medewerkers uit uw onderneming) te horen. Het contact met de FIOD kan indruk maken, zo is onze ervaring. Probeer deze kwestie op rationele gronden te benaderen. Hierna wordt uitgelegd welke keuzes u kunt maken.

Schijnzelfstandigheid en fiscale aansprakelijkheid

Debbie Liem schreef voor het september-nummer van Balie Bulletin Oost-Brabant een bijdrage over schijnzelfstandigheid en de mogelijkheid van de fiscus (meer specifiek: de Ontvanger) om derden aansprakelijk te stellen voor loonheffing. Lees hieronder haar bijdrage.

FIOD Inval

Deze richtlijnen zijn opgesteld om medewerkers van een onderneming – in spoedsituaties – snel en ad hoc informatie te geven over hoe te handelen bij een onverwacht bezoek van de FIOD (zoals een inval).

Onverwacht contact met de FIOD? – Lees deze 5 adviezen

Eerste hulp bij FIOD? Bel +31631969502

Informatieverzoek belastingdienst

Voor het Balie Bulletin Oost-Brabant van maart 2024 schreef Debbie Liem een bijdrage. Daarin behandelt zij een arrest waarin een belastingplichtige strafrechtelijk werd vervolgd voor het niet voldoen aan een informatieverzoek van de Belastingdienst. Hieronder kunt u haar bijdrage lezen:

Hoe verloopt een FIOD-onderzoek?

Voordat de FIOD zich bij iemand meldt, kan het zo zijn dat de FIOD al maanden ‘onder de radar’ onderzoek heeft gedaan. Misschien is van derden informatie verkregen en heeft de FIOD dat uitgebreid en in alle rust en zorgvuldigheid geanalyseerd. Op basis daarvan is – veelal in overleg met de officier van justitie – een verder actieplan ontwikkeld. Onderdeel van dat plan kan zijn dat één of meer personen benaderd worden.

Fiscale bewaartermijnen in het bewaartermijnenbeleid van de onderneming

Op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) mogen organisaties persoonsgegevens niet langer bewaren dan noodzakelijk. Zij zijn verplicht de uitgangspunten van hun bewaartermijnenbeleid vast te leggen. Vaak is de lengte van een bewaartermijn gebaseerd op een wettelijke bewaarplicht. Een voorbeeld hiervan zijn de fiscale bewaarplichten. In dit artikel leest u hoe u in uw bewaartermijnenbeleid dient om te gaan met deze fiscale bewaarplichten.

FIOD vordert gegevens

Eerste hulp nodig bij FIOD? Bel ons: +31 631969502.

Evenredigheidsbeginsel

Na de toeslagenaffaire is er een maatschappelijke roep gekomen om vanuit de overheid meer een menselijke maat toe te passen. Op dit moment is er een tendens waar te nemen waarin het evenredigheidsbeginsel aan terrein wint in het bestuursrecht, waaronder ook het belastingrecht valt.

Cursus over 'Nieuw feit'

René Niessen en Debbie Liem hebben onlangs bij de PE-Academy een cursus opgenomen over het leerstuk van het nieuwe feit in het belastingrecht.

Bekijk alle artikelen