About the Author
Verschoningsrecht
In het Baliebulletin Oost-Brabant van juli 2026 (tijdschrift voor advocaten van de balie Oost-Brabant) verscheen de volgende bijdrage van Debbie Liem.
Verschoningsrecht advocaat
Hoge Raad 25 maart 2025, ECLI:NL:HR:2025:456
De strafkamer van de Hoge Raad heeft in een fiscaal strafrechtelijke kwestie overwegingen gegeven over het verschoningsrecht van de advocaat. Die overwegingen kunnen mogelijk ook breder worden toegepast (buiten het fiscale en het fiscaal strafrechtelijke werkveld).
Achtergrond
Het komt nogal eens voor dat er parallel aan een fiscale strafzaak een fiscale procedure loopt over de verschuldigdheid van de belasting. In de fiscale procedure verstrekt de belastingplichtige bijvoorbeeld informatie om zo de belastingaanslag van tafel te krijgen. Diezelfde informatie zou de belastingplichtige kunnen bijten in een fiscale strafzaak over dezelfde problematiek. In het strafrecht is, zoals bekend is, een verdachte niet gehouden informatie te verstrekken waarmee hij zichzelf kan incrimineren. De FIOD (die het onderzoek uitvoert in de strafzaak) en de fiscus hebben mogelijkheden om informatie met elkaar uit te wisselen.
Feiten
In de zaak die heeft geleid tot de beschikking van de Hoge Raad van 25 maart 2025 (ECLI:NL:HR:2025:456), lagen de feiten als volgt. De FIOD had via de fiscus de beschikking gekregen over een tiendagen-stuk dat door een advocaat-belastingkundige namens de belastingplichtige was ingebracht in een fiscale procedure. Het tiendagenstuk was gebaseerd op en bevatte een opsomming van de inhoud van veertien ten overstaan van een notaris afgelegde getuigenverklaringen, die ook als bijlagen bij het tiendagenstuk waren opgenomen.
Later blijkt dat er ook een fiscale strafzaak aanhangig is. In het dossier van de FIOD treft de belastingplichtige het tiendagenstuk aan dat eerder in de fiscale procedure in het geding was gebracht. De verdenking van de belastingplichtige is mede gestoeld op het tiendagen-stuk. De advocaat-belastingkundige heeft op grond van artikel 552a Wetboek van Strafvordering een klaagschrift ingediend. Daarin beroept de advocaat zich op zijn verschoningsrecht en verzoekt hij het tiendagenstuk uit het strafrechtelijke dossier te verwijderen.
Rechtbank
De advocaat had in zijn klaagschrift een beroep gedaan op het arrest van de Hoge Raad van 21 mei 2021 (ECLI:NL:HR:2021:751, r.o. 5.2.2). In die zaak ging het om de vraag of de fiscus inzage mocht nemen in stukken van een advocaat die waren gedeeld met de wederpartij van de cliënt/belastingplichtige. Deze stukken waren aan de wederpartij verstrekt in een civiel geschil dat de cliënt met die wederpartij had. De omstandigheid dat een advocaat stukken ter kennis van een wederpartij van zijn cliënt heeft gebracht in het kader van onderhandelingen met die wederpartij, brengt niet met zich mee dat de advocaat jegens anderen niet langer een beroep op zijn verschoningsrecht kan doen. Zodoende mocht de fiscus geen inzage nemen in de stukken die de advocaat van de cliënt met de wederpartij had gedeeld.
De overwegingen van de rechtbank kwamen kort gezegd op het volgende neer. Anders dan de situatie die aan de orde was in het arrest van de Hoge Raad van 21 mei 2021, was hier niet sprake van het delen van informatie met alleen een wederpartij. De informatie was in een processtuk opgenomen en in een gerechtelijke procedure ingebracht. Daarmee was die informatie onderdeel geworden van het dossier in een procedure in het publieke domein. De advocaat kon aldus ten aanzien van die informatie geen beroep meer doen op zijn verschoningsrecht.
Overwegingen Hoge Raad
De Hoge Raad heeft een andere kijk op deze materie dan de rechtbank. Hoewel de Hoge Raad oordeelt dat het klaagschrift niet-ontvankelijk moet worden verklaard, geeft de Hoge Raad wel een aantal voor de rechtspraktijk belangrijke overwegingen mee. De omstandigheid dat een advocaat een stuk waarin gegevens zijn opgenomen waarover zijn verschoningsrecht zich uitstrekt, heeft ingebracht in een fiscale procedure, brengt niet met zich dat het verschoningsrecht ten aanzien van die gegevens wordt prijsgegeven in relatie tot een mogelijk latere strafrechtelijke procedure.
Wel kan het inbrengen van die gegevens ertoe leiden dat de belastingrechter de betrokken gegevens vermeldt in zijn uitspraak en dat die uitspraak openbaar wordt. In dat geval komt daarmee in zoverre het vertrouwelijke karakter te vervallen en komt de advocaat wat betreft de openbaar geworden informatie geen beroep meer toe op zijn verschoningsrecht. Het is aan de belastingrechter te beslissen welke gegevens hij al of niet in zijn uitspraak vermeldt. De omstandigheid dat op het in de fiscale procedure ingebrachte stuk een verschoningsrecht rust, brengt voor de belastingrechter geen beperking mee (r.o. 5.4).
Kortom, het enkele feit dat een advocaat informatie die onder zijn verschoningsrecht valt, vermeldt in een processtuk, betekent niet dat het verschoningsrecht ten aanzien van die informatie is prijsgegeven voor andere doeleinden. De overwegingen van de Hoge Raad lijken mij belangrijk voor de fiscale (straf)praktijk. De overwegingen van de Hoge Raad zouden daarnaast ook breder toegepast kunnen worden, namelijk op situaties buiten het fiscale werkgebied.











