About the Author
Belastingheffing & cryptovaluta
(In december 2025 verscheen een bijdrage van Debbie Liem in het baliebulletin Oost-Brabant over belastingheffing & cryptovaluta. Lees hieronder haar in dit tijdschrift gepubliceerde artikel.)
Het fiscale landschap kan vanzelfsprekend niet de ogen sluiten voor digitale ontwikkelingen, zoals de intrede van cryptovaluta. In de belastingwet zijn tot nu toe (nog) geen specifieke bepalingen opgenomen voor de behandeling van cryptovaluta. Over de wijze waarop cryptovaluta in de belastingheffing worden betrokken, kan daarom discussie worden gevoerd met de belastingdienst.
Om zoveel mogelijk inzicht te krijgen in het bezit van crypto’s is in juli 2025 een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd waarin het de insteek is om meer informatie over het bezit van cryptocurrency uit te wisselen met de belastingdienst.
Controle belastingaangiften
Het wetsvoorstel (‘Wet implementatie EU-richtlijngegevensuitwisseling cryptoactiva’) betreft de implementatie van een Europese richtlijn. In het wetsvoorstel worden crypto-aanbieders verplicht om gegevens van hun gebruikers te verzamelen, te controleren en te delen met de belastingdienst. Bedoeling is dat belastingdiensten uit verschillende lidstateninformatie gaan uitwisselen over elkaars ingezetenen. De verkregen informatie kan worden gebruikt bij de controle van belastingaangiften.
Op dit moment is voorzien dat het wetsvoorstel op 1 januari 2026 in werking zal treden. Crypto-aanbieders moeten uiterlijk op 31 januari van het daarop volgende jaar rapporteren. Bij een voorziene ingangsdatum van 1 januari 2026 zou de rapportageverplichting aldus voor het eerst op 31 januari 2027 van toepassing zijn.
Vrijwillige verbetering
De belastingwet kent de mogelijkheid om gebruik te maken van de ‘inkeerregeling’ (ook wel aangeduid als de ‘vrijwillige verbetering’). Als inkomens- of vermogensbestanddelen in het verleden niet in de belastingaangifte zijn verwerkt, kan hiervan vrijwillig melding worden gemaakt bij de belastingdienst. Ook ten aanzien van cryptovaluta, zoals bijvoorbeeld Bitcoin of Ethereum, kan van deze wettelijke regeling gebruik worden gemaakt. Een succesvol beroep op de inkeerregeling kan matigend werken bij een eventuele bestraffing. Een bestraffing kan bestaan uit een bestuurlijke boete of sancties in de strafrechtelijke sfeer.
Vrijwilligheid
Voor een geslaagd beroep op de inkeerregeling dient te zijn voldaan aan verschillende voorwaarden. Eén van die voorwaarden is de vrijwilligheid. De belastingplichtige moet uit zichzelf – ‘vrijwillig’ – de crypto’s bij de fiscus melden. Aan deze vrijwilligheidseis wordt invulling gegeven door te toetsen of de belastingplichtige wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de belastinginspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid in de aangifte bekend was of zou worden. Als de belastingplichtige dit wist of redelijkerwijs moest vermoeden, is geen sprake van vrijwilligheid. In zijn conclusie van 5 juli 2024 heeft A-G Koopman geconstateerd dat in het vrijwilligheidscriterium zowel een objectief als een subjectief element is vervat (zie onderdeel 4.12uit de conclusie, ECLI:NL:PHR:2024:739). Het is telkens van de feiten afhankelijk of sprake is van vrijwilligheid. In situaties waarin bijvoorbeeld automatische gegevensuitwisseling plaatsvindt en daaraan media-aandacht wordt gegeven, kan dit complex zijn (vergelijk HR 22 januari 2021:ECLI:NL:HR:2021:103 en Hof Den Haag 17 oktober 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2033 (deze laatste beslissing heeft de Hoge Raad in stand gelaten in: HR 18 juli 2025,ECLI:NL:HR:2025:1062)) .
Belastingheffing
Het hiervoor benoemde vrijwilligheidscriterium is van belang voor het eventuele bestraffende aspect. Daarnaast zal worden beoordeeld hoe de cryptovaluta in de belastingheffing worden betrokken. Als een natuurlijk persoon betrokkenheid heeft bij crypto’s, kan bijvoorbeeld de discussie aan de orde zijn of deze vallen in box 1 of box 3. Grof gezegd is de hoofdregel op dit moment dat de handel van crypto’s van speculatieve aard is en daarmee in box 3valt. Als sprake is van extra arbeid bovenop beleggingsactiviteiten (activiteiten die meer dan normaal vermogensbeheer opleveren), dan kunnen de met crypto’s gegenereerde inkomsten in box 1 worden belast (zie bijvoorbeeld: Rb. Noord-Nederland 4 april 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:1216, r.o. 9.1 tot en met9.9 en Hof Amsterdam 18 maart 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1479 over het ontwikkelen en gebruiken van een trading bot). Als de cryptovaluta worden aangehouden door een rechtspersoon, speelt dit zich af in de sfeer van de vennootschapsbelasting. Verder kunnen onder omstandigheden ook andere belastingmiddelen om de hoek komen kijken.
Tot slot
Net als de cryptomarkt zelf is ook de fiscaliteit rondom cryptovaluta in beweging. De mogelijkheid bestaat om met de fiscus – al dan niet via een vaststellingsovereenkomst – afspraken te maken over de wijze waarop cryptovaluta in de belastingheffing worden betrokken.
*In deze bijdrage zijn de ontwikkelingen verwerkt tot en met 17 oktober 2025.














